maandag 14 april 2008

Supporter voor één dag

Amalááááá! Pazza Inter amalááááá! Zingen we luidkeels. De tekst staat op het megascherm in het San Siro-stadion. Dus ook voor totale leken, beginners en buitenlanders is het een meezingertje. Dit geuzenlied van de voetbalclub Inter Milan. Voor wie het nog niet door heeft, gister was ik - voor het eerst in mijn leven - bij een voetbalwedstrijd: Inter Milan tegen Fiorentina. Want in voetbalminnend Italie moet je ook dat meegemaakt hebben. Al is voetbalminnend wel een understatement. Voetbal is in Italie een enorm spektakel, sport nummer één. Voetbal is bijna religie, een voetbalstadion binnenlopen bijna net zoiets als een kerk binnengaan. Maar eenmaal binnen is alle vergelijking weg: Italian culture at its finest. Mijn vocabulaire Italiaanse scheldwoorden is gisteren meer dan uitgebreid.

Milaan kent twee grote voetbalclubs: Inter Milan (blauw-zwart) en AC Milan (rood-zwart). Voor Italianen en andere insiders: Inter en Milan. Je bent óf voor Inter óf voor Milan. Tifoso (supporter) zijn van een club betekent dat je die club door dik en dun liefhebt en steunt. Een van de vele voetballiedjes is zelfs: als je blijft zitten (terwijl iedereen staat en zingt en met vlaggetjes zwaait) dan ben je voor de andere club. Dus opstaan en meeblèrren. Keerzijde van de medaille is dat de tifosi de andere club ook door en door kunnen haten. Het stadion is dé plek om je boodschap te verkondigen en dat is niet altijd de meest vredelievende. Racistische uitlatingen zijn de Italianen niet vreemd.

Deze keer is het al met al een relatief tamme bedoening. Een brave wedstrijd. Het entertainment komt vooral van de tribune naast ons: zingen, klappen, een zee van zwart-blauwe vlaggen en sjaals die bij momenten samen de lucht ingaan, en samen hossen. Slechts één rookbommetje en vooral veel gezelligheid. De gang naar het stadion is al een hele belevenis. De weg van de metro naar de bussen die ons naar het stadion vervoeren, is niet te missen: gewoon de zwart-blauwe meute volgen. Alleen maar mannen. Nog nooit zoveel mannen in de rij voor het toilet gezien trouwens. Zelfs voor het damestoilet. Als vrouw ben je zwaar in de minderheid (maar wel 40% korting op een kaartje). Aan het begin van de wedstrijd vraag ik mijn buurman wat hij denkt dat het zal worden. "Ik hoop dat ze winnen", zegt hij enigszins benauwd. En daarna met iets meer overtuiging: "2-0". En gelijk heeft hij gekregen!

Geen opmerkingen: