Nog nooit zoveel kunst gezien in drie dagen. En ook nog in drie verschillende landen. Vakantie? Huiswerk! Het lange meiweekend heb ik doorgebracht in Oostenrijk, of all places. Nooit geweten dat het er zo leuk kon zijn. Met een uitstapje naar Liechtenstein, Vaduz. Een plaats van niks, maar wel met een moderne kunstmuseum. En een uitstapje naar Duitsland, Schloss Achberg, een kasteel met een heel programma vol kunst en cultuur in een landelijke omgeving. Deze keer de expositie van de Berlijnse kunstenaar William Straube, die zich later heeft aangesloten bij de Fauves en in de leer is gegaan bij Matisse in Parijs. Het Fauvisme, die explosie van kleur - ik houd er wel van (terwijl ik bij deze tentoonstelling de grauwe en grijze Berlijnse tekeningen toch ook erg mooi vond). Het Fauvisme is vooral in mijn hoofd blijven hangen sinds mijn periode als communciatiemedewerker bij het Musée d'Art Moderne, een prachtig museum in een park in Villeneuve d'Asq, Frankrijk. Mijn vorige buitenlandavontuur. Alweer meer dan tien jaar geleden.... Waar een portret van Kees van Dongen tot de collectie behoorde. Afijn, ik dwaal af. Terug naar Oostenrijk. Op nummer één staat het Kunsthaus Bregenz in Oostenrijk zelf. Met installaties van Carsten Höller, installaties die je losmaken van de aarde: een carrousel met een draairondje van...15 minuten - ik ga zitten en ben letterlijk en figuurlijk vertrokken, een hallucinerende lichtwand, een 'spiegelzaal' tot in het oneindige, en een draaiende hotelkamer. Mét uitzicht. Bregenz lijkt iets voor een doorreis, maar als je er bent is het best verrassend. Zoals Pierre Kemp dichtte:
"Ik ben niet gekomen om er te komen
Ik ben er maar zo’n beetje heengegaan
(Omdat langs de weg zulke hoge bomen
Langs zulke kleine bloempjes staan)
Maar nu ik hier sta, nu…ik erken,
Dat ik werkelijk gekomen ben."
Zie het zelf:











Geen opmerkingen:
Een reactie posten