En dus lees ik. Vier boeken momenteel. Sándor Márai heb ik net uit. Vervolgens overgestapt op Hella Haasse's Scharlaken stad. Over de helft ben ik in Architectuur van het geluk van Alain de Botton. At random lees ik Het land van de krul van voormalig NRC-correspondent Marc Leijendekker over Italië achter de schermen. En herlezen doe ik het eerste deel van Machiavelli, een biografie. Marai en Haasse zijn wel mijn favoriete schrijvers. En Arthur Japin niet te vergeten, zo'n on-Nederlands mooie boeken kan die man schrijven. Van Marai heb ik net het meest recent vertaalde werk gelezen: Bekentenissen van een burger. Zijn boek Gloed staat bij mij al jaren op één, maar dit komt zeker heel dicht in de buurt. Het boek is een beschrijving van de jeugd en adolescentie van Marai en zijn wording tot journalist en schrijver. Een Bildungsroman, en dat terwijl Marai pas 34 was toen hij deze roman schreef. Over zijn jeugd, zijn opvoeding in Hongarije, zijn familie, zijn reizen naar Berlijn, Parijs, Florence, Londen, zijn worsteling met het leven en met zichzelf. Hij eindigt het boek met het afscheid van zijn vader. Te lang om hier op te schrijven, maar prachtig en diep ontroerend. En nog zo veel meer mooie passages, zo raak verwoord, zoals deze:"Het is mij in mijn leven een paar maal overkomen dat ik een medemens ontmoette die me op een gecompliceerde, smartelijke manier zo vertrouwd was dat ik het gevoel had hem al sedert de oertijd te kennen. Zo'n mens is in staat me tot staan te brengen en kleur te laten bekennen. Soms ontmoeten we zo iemand die we eenvoudig niet kunnen ontwijken. (....). We zijn eenvoudig verwanten en moeten iets bespreken, iets persoonlijks, waar anderen niets mee te maken hebben. De ene ziel roept de andere en omdat er verwantschap is tussen die twee, is de lokroep onweerstaanbaar."





